/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/02/20105530/data127871855-440f60.jpg)
In een fotostudio in Amsterdam-Noord hangt aan een stellage een 3,5 meter hoge mantel. Zwart fluweel van buiten, zachtgekleurd patchwork van binnen. De maker ervan, textiel-, performance- en installatiekunstenaar Emmeline de Mooij (46), piept eruit tevoorschijn.
De vrouw die haar fotografeert is Viviane Sassen (52), al decennialang een vriendin. Vanaf eind maart is de mantel te zien op de expositie Good Mom/Bad Mom in het Centraal Museum in Utrecht, naast werk van gerenommeerde kunstenaars als Tracey Emin, Rineke Dijkstra en patricia kaersenhout. Curator Laurie Cluitmans wil met de tentoonstelling het begrip ‘moederen’ verbreden, met een minder veroordelende blik op het moederschap.
Moederschap in de kunst is een thema dat De Mooij al bezighoudt sinds ze in 2012 haar eerste kind kreeg. „Ik vond het ouderschap zo’n indrukwekkende ervaring dat ik wilde weten hoe andere kunstenaars dit hadden verbeeld in hun werk”, zegt ze. „Maar het was lastig er iets over te vinden.
Moederschap was lang een taboe-onderwerp binnen de kunst. Het werd gezien als sentimenteel en triviaal. Terwijl het zo universeel is als wat.
” In 2015 deed ze een serie performances in het Centraal Museum waarin vijf kunstwerken uit de collectie eenmalig in therapie gingen. In deels gescripte en deels geïmproviseerde gesprekken ging ze zo steeds dertig minuten in gesprek met een therapeut. Ze vertolkte bijvoorbeeld de stem van Moeder Maria uit het schilderij Maria met kind (1635-1640) van Hendrick Bloemaert.
Moeder Maria vertrouwde therapeut Yoyo van der Kooi toe dat het slaaptekort en het gebrek aan tijd voor zichzelf haar soms zwaar vallen. „Ik putte daarbij uit mijn eigen dagboeken en ervaring”, zegt De Mooij. „En belangrijk onderdeel van het creatieve proces is om te mijmeren en te dromen en daarvoor was geen tijd meer.
Al was het ook een verrijking om alleen te kunnen werken tijdens de slaapjes. Daardoor werkte ik gefocuster en efficiënter.” In 2018 maakte ze de installatie Poging tot een dutje : een massagestoel op een kleed waarop een stofzuiger was afgebeeld, een video waarop twee vrouwenhanden ‘slime’ kneden en een grote zilverkleurige mannentorso die bijna dreigend voor de stoel staat.
De mantel is geïnspireerd op de mantel van zowel Maria als van de pre-christelijke heksfiguren als Vrouw Holle en Cailleach, een Iers-Schotse voormoeder aan wie zowel de mogelijkheid om leven te schenken als het leven te nemen werd toegeschreven. „Cailleach betekent zowel mantel als oude vrouw”, zegt De Mooij. „Ze is een oersterk figuur die van heuveltop naar heuveltop sprong.
Mijn mantel is een ode aan de oudere vrouw.” Aan de binnenkant van de mantel verwerkte De Mooij afgedragen kleding van haar kinderen en van haar moeder, en stukken stof die ze nog had liggen. „Ik heb een goed oog ontwikkeld voor wat je kunt doen met bestaand materiaal”, zegt ze.
Ook op de ‘matrassen’ die ze drie jaar geleden maakte verwerkte ze restjes. Ze maakte er landschappen op, dorpsgezichten. Het is de bedoeling dat de matrassen uitnodigen tot wat ze „zachte daden van verzet” noemt: gastvrijheid, slaap, herstel.
Zoals Emmeline de Mooij haar textielwerken samenstelt, zo doet ze dat ook met haar kleding. Ze appliqueert, vermaakt, ze spint en ze breit, versiert een panty met verfvegen, maakt een dikke winterbroek van oude spijkerbroeken van haar moeder. „Er is genoeg kleding op de aarde voor de komende zes generaties.
En kleding kun je totaal pimpen. Als je er veel tijd en aandacht in stopt, gooi je het ook minder snel weg.” Als negenjarige kreeg ze van haar grootmoeder een naaimachine cadeau.
Daarmee begon ze haar eigen kleding te maken. „Als het maar uniek was, zodat niemand anders erin zou lopen. Toen ik in Nijmegen op de middelbare school zat ging ik met mijn moeder naar de Albert Cuypmarkt in Amsterdam om stoffen te kopen.
” Tijdens haar studie mode aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam maakte ze al liever installaties en sculpturen dan collecties. Na een stage bij het destijds populaire Berlijnse kunst- en modecollectief Bless wist ze zeker dat werken voor een modemerk niets voor haar was. „Je werkt in de mode onder hoge stress, en bent afhankelijk van zowel de producerende fabrieken als bestellingen van klanten.
” Ze bleef wel een tijd actief als stylist, maar ook dat bleek niet wat ze zocht. „Voor een fotoshoot moest ik dan kiezen uit kleding van de adverteerders, en de modellen waren vaak veertienjarige pubermeisjes met maat 34. Ik dacht dan: welk vrouwbeeld laat ik hiermee zien?” Zelf poseerde ze in die tijd vaak voor Viviane Sassen.
„Dat was zoveel vrijer. We hadden zoveel plezier, we waren aan het spelen en experimenteren”, zegt De Mooij. „Zelfs als we iets maakten voor een telefoonmaatschappij.
De male gaze speelde een veel minder grote rol.” Haar eerste vrije werk waren zelfportretten op onherbergzame plekken, „waar ik dan rondliep met twee plastic zakken, een andere versie van de klassieke mannelijke held die op avontuur gaat. Ik was meestal vanaf de rug gefotografeerd, alsof ik iets de rug toe wilde keren.
” Het met leer omspannen skelet waarmee De Mooij op de foto in innige omhelzing ligt, maakte ze in 2005. „Ik had behoefte om te reflecteren op waar we het meest bang voor zijn”, zegt ze. „Al die botjes met de hand strak inpakken met leer, waar ik maanden over heb gedaan, was een oefening in het omgaan met de dood.
” Het echte menselijk skelet kreeg ze van haar galeriehouder, Paul Andriesse. Toen ze in 2017 zelf voor de klas stond bij de opleiding textiel van de Rietveld, had ze nog relatief weinig met textiel gewerkt. Het viel haar op dat het overgrote deel van het personeel en de studenten uit vrouwen bestond.
„Werken met textiel voelt vertrouwd voor vrouwen en meisjes. Tegelijkertijd is het een gemarginaliseerde kunstvorm.” Juist dat besef wakkerde haar belangstelling voor het materiaal aan.
In 2019 richtte ze met theatermaker Margreet Sweerts de Feministische Handwerk Partij op. Het manifest: „Wie faciliteert de superheld? Wie ruimt zijn rotzooi op? De Feministische Handwerk Partij ontwikkelt een onspectaculair doorlopend tegenverhaal in de vorm van verschillende performatieve acties en workshops.” Op de bijeenkomsten – naaikransen genoemd – leren deelnemers handwerktechnieken om hun kleding te repareren, worden ze bijgepraat over de geschiedenis van handwerk en delen ze eigen ervaringen – sommige oudere deelnemers hebben er een haat-liefdeverhouding mee omdat het verplicht was op de huishoudschool.
„Maar handwerken heeft ook een symbolische betekenis”, zegt De Mooij. „Door je te verdiepen in waar vrouwen zich zo lang mee hebben bezig gehouden, repareer je gaten in de geschiedenis.”.