Als ze maar niet knap hoeft te zijn

Haar alterego is bekender dan zijzelf. Een modeshoot gebaseerd op de stijl van rapper Elmer, met actrice Merel Pauw als model. Fotografie Ferry van der Nat, styling Leendert Sonnevelt.

featured-image

Buiten de muziekstudio van Merel Pauw (29) staat een smal, hoog poppenhuis met een spits puntdak. Het huis representeert haar hoofd. In dit huis wonen alle Elmers bij elkaar.

Elmer is het alterego van Merel – draai de twee lettergrepen maar om – en er zijn er dus meerdere van. De kamers zijn blauw, geel en rood, er is een mini-keuken, een mini-wasmachine, een mini-stapelbed van drie bedden hoog. De Elmers hebben er de hele tijd ruzie, maar hebben het soms ook heel leuk.



Merel Pauw, dochter van cabaretier George van Houts en actrice Leonoor Pauw, toert nu zo’n drie jaar als Elmer langs festivals en concertzalen in Nederland en België. Eind 2021 ging ze viral met de hit ‘Je Vader’ („ik neuk je vader zonder condoom”), in 2022 bracht ze haar eerste EP uit, in 2023 mocht ze last-minute invallen op Lowlands en Pukkelpop en zat ze met snor op bij De Slimste Mens , in 2024 verscheen haar debuutalbum Platland , en dit jaar is ze genomineerd voor een Edison in de categorie nieuwkomer, de uitreiking is op 10 maart. ‘Je Vader’ was een grap, maar net zo goed zingt ze over serieuze zaken, en altijd schuurt er iets.

Het nummer over het negeren van een rouwproces – haar moeder overleed in 2013 aan kanker – heet ‘Fantastisch’ (2023). De oudste Elmer heeft een snor en draagt een bruinwollen pak. Het is een ongemakkelijk mannetje, met hoog opgetrokken schouders en een koffertje, dat zich groter voordoet dan dat-ie is.

Als hij z’n pak uit heeft, staat hij in wit hemd en witte mannenonderbroek. Dan is er een soort Zorro-Elmer, met hoed, lange jas en soms hakken. Een dief in de nacht.

Niet een supergemene dief, eerder een dronken dief op flirttour. Er is ook nog een kinder-Elmer en een scouting-Elmer. Elmer voor Elmer bouwt Merel Pauw aan een Elmer-universum.

„Het liefste ontwikkel ik met mijn vaste luisteraars een gezamenlijke taal”, zegt ze in haar studio, „waarmee ik steeds kan refereren aan oude Elmers. Mijn droom is dat er een soort lore om Elmer heen zit”, een backstory , een Elmer-wereld waarin veel is te ontdekken. Het poppenhuis staat op de gang omdat de studio, in de kelder van het Volkshotel in Amsterdam, propvol is.

Die deelt ze met een tweede Merel, Merel Baldé, beter bekend als zangeres Merol en muzikant Milan Breukers. Vandaar de zes keyboards, het drumstel en de tubes honing. In het hoekje van Merel Pauw staat een stellingkast met kratten stripboeken en snoeren.

Op haar gele bureau staat een microfoon, aan de muur hangt fan-art. Ze houdt een Barbie in klederdracht omhoog die ze heeft gekregen. „Dan denk ik: jullie snappen het.

” Ze zit op een bureaustoel die ze met de rug naar het bureau heeft gedraaid. Omdat nu aan weerszijden van haar, achter haar op het bureau, nepkaarsen branden, heeft ze iets weg van een goeroe. Als Pauw wakker wordt, is vaak het eerste waar ze aan denkt wat ze aan gaat trekken.

Ze probeert dan goed na te gaan hoe ze zich voelt. „Als mijn kleding niet klopt bij mijn gevoel, heb ik echt een rotdag.” Ze heeft twee grote kasten vol kleding, een deel ligt verspreid door haar logeerkamer, waar ze vlak voor vertrek nogal eens van outfit wisselt.

Vandaag heeft ze een baggy Carhartt-spijkerbroek aan, daar „leeft” ze momenteel in, en lage zwarte cowboylaarzen. Daarop een caramelkleurig leren jasje, een lichtgeel bloesje en een donkerbruine gebreide stropdas. Na de snorren-en-pakken-periode had Pauw vorig jaar ineens veel behoefte om „met opgetrokken jurk en laarzen over het podium te banjeren”.

In haar achterhoofd zat nog een jurk die ze ooit had gezien van Fashion Brand Company, een lichtblauwe boerinnenjurk met een patchwork van twee seksende mensen erop. „Ik was meteen verliefd.” Zo ontstond „Zeeuws meisje-Elmer”, een soort punkversie van het melkmeisje.

Met wit kapje en lichtblauwe jurk, maar ook met grote zwarte laarzen en oranje haar. Ze is altijd boos en durft veel. Op het album Platland stampt Elmer als melkmeisje rond, boos op de politieke situatie in Nederland, op rechtse mensen.

Het gaat over de platte karikaturen die ze van die mensen maakt in haar hoofd, maar zo ook van zichzelf. „Als je de ander tot vijand maakt, maak je van jezelf een held. Jij bent de slimme, jij weet wel hoe het zit.

Dat is een gevaarlijk mechanisme, omdat je je eigen fouten niet herkent. Want jíj bent toch geen racist? Jíj bent toch goed?” Maar met nummers als ‘Haat’ en ‘Alle buren moeten dood’ wil ze óók de woede vieren, het vuur dat die je geeft. Sindsdien doet Pauw de lichtblauwe jurk ook soms aan in het dagelijks leven.

Dan doet ze wel, „heel cliché”, een sjaaltje om haar hoofd omdat het dan lijkt alsof ze lang haar heeft. „Ik moet dan goed voelen of het een dag is voor een jurk. Als ik een fout maak, is het echt kut.

” Elmer werd zo snel groot dat ze even twee fulltimebanen tegelijk had – ze speelde ook in voorstellingen van Het Nationale Theater en het hiphop-theatercollectief Dieheleding dat ze in 2016 oprichtte met haar klasgenoten van de toneelschool in Arnhem. Ze was bijna overwerkt. Voor 2025 heeft Merel Pauw op veel nee gezegd.

Ze speelt niet mee in de volgende voorstelling van Dieheleding, en ze heeft haar tweede album uitgesteld tot 2026. „Dit jaar staat in het teken van zelfonderzoek. Ik wil terug naar dingen maken voor mezelf, zonder dat er meteen publiek naar hoeft te kijken.

” Ze is aan het striptekenen geslagen. Ze staat op en pakt het boek Understanding Comics (1993) van Scott McCloud uit de stellingkast, over hoe stripboeken werken. „Dit is mijn kunstbijbel.

Het medium strips fascineert me mateloos, hoe je iets communiceert met een paar lijnen.” Als je Platland bestelt, krijg je er een stripboekje bij met verhaaltjes over alle Elmers. „Kijk”, zegt ze, terwijl ze een stripboekje openslaat.

„Hier heeft snor-Elmer ruzie met het melkmeisje.” Voor de modeshoot voor NRC Magazine interpreteerden voor het eerst anderen wat Elmer is. Normaal doet Pauw haar eigen styling.

Op haar favoriete foto’s ziet ze een compleet personage, dat vragen oproept. Zoals die met het groene pak. „Dan denk ik: wie is dit? Waarom kijkt hij zo boos? De pose is een beetje lelijk.

Ik ben niet graag een knap iemand die mooi poseert voor een foto. „Ik hou van kleding die verwijst naar iconen in ons collectieve geheugen. Bij een lange zwarte jas denk ik meteen aan een potloodventer.

Als daar dan een lang been met een hak uit steekt, gaan twee werelden met elkaar in gesprek.”.